zondag 29 augustus 2010

Weekendje België


Het weekendje België zit er alweer op. Zaterdag heb ik meegedaan aan een prachtige koers in Asbeek. Het niveau lag best hoog en er werd flink gereden over een geaccidenteerd terrein, maar ik wist goed stand te houden. Zo goed zelfs, dat ik de koers eindigde bij de beste 20.

Halverwege de wedstrijd onstond er een kopgroep van 17 renner. Ik zat er niet bij, maar voelde me wel heel erg lekker. Toen we voor de zesde keer de kasseienstrook van een paar honderd meter opdraaide, zette ik eens flink aan. Aan het einde van de stenenstrook zaten er nog vier renners in mijn wiel. Ik trok door en maakte een flink gat met de rest van het peloton.

De 20 seconden naar de kopgroep reden we met z'n vijven binnen een ronde (van 6,3km) dicht. Met 22 man gingen we op de finish af. Het peloton was geklopt en werd door ons op meer dan drie minuten gereden.

Op anderhalve kilometer voor de streep was er door het geduw en getrek in de kopgroep een valpartij ontstaan. Ik kreeg een been van een valler tegen mij aan en moest remmen en uitwijken. Mijn zegekansen waren verkeken, maar ik finishte nog wel als 17e.

De vorm is duidelijk op komst en sinds vandaag zit het ook met de parcourskennis wel snor. Vandaag heb ik het WK-parcours grondig verkend, waardoor ik halverwege september niet voor verrassingen kom te staan. Als afsluiter van een mooi weekend heb ik voor de eerste keer in mijn leven de Muur-Kapelmuur opgereden en dat gaf toch een beetje een heroisch gevoel. Ik ben klaar voor het NK-WK-NK drieluik!

vrijdag 27 augustus 2010

Blik op Lierde

Het aftellen naar het WK in Lierde is echt begonnen. Mezelf kwalitatief verbeteren zit er niet meer in, enkel nog de topvorm bereiken. Over drie weken mag het nergens meer aan ontbreken. De Goudkoorts is begonnen.

Morgen reis ik af naar het WK-dorpje, om er op een dertigtal kilometers afstand een koersje te rijden. Gepland was een koers in Verrebroek, maar deze is inmiddels vervangen voor Asbeek. Ik hoop er verder te kunnen werken naar mijn topvorm, die er zeker aan zit te komen. Woensdag op Sloten voelde ik mezelf heel sterk en kreeg ik een aardige indicatie van mijn huidige vormpijl. Deze valt nog iets te verbeteren en daar heb ik de komende twee weken dan ook voor.

Zondag heb ik een verkenning van het WK-parcours gepland. Omdat het parcours van de tijdrit helemaal niet zo makkelijk is, denk ik dat het loont om de route van een grondige inspectie te voorzien. Elf tijdritkilometers zijn er niet zo veel en ik weet inmiddels van mezelf dat ik goed ben op deze korte afstandjes. Na de verkenning mag het ook niet meer liggen aan het ontbreken van parcourskennis.

Volgende week gebruik ik om mijn tijdritbenen alvast warm te draaien. Als het goed is start ik dinsdagavond op een 19 km lange tijdrit, terwijl ik donderdag 14,5 kilometer voor de kiezen krijg. Volgende week zaterdag reis ik nog eenmaal af naar België voor een koersje in Eksel.

Al deze arbeid moet voldoende zijn om op 12 september in mijn geplande topvorm te zijn. Dan is het NK tijdrijden de eerste 'finale' van drie weken kampioenschaprijden. Met een weekje lichte training en vooral rust, moet het WK in Lierde precies op het juiste moment komen.

zondag 22 augustus 2010

Kermisartiest

Vroeger was het heel gewoon om gehandicapten, misvormden of andere gek uitziende mensen op de kermis te zetten. Die tijd is al lang niet meer. In België gebruiken ze de koers voor dit soort vertier. Gisteren was ik onderdeel van een kermiskoers in Hoeleden. Alle 96 kilometers voelde ik mezelf een kermisartiest.

Allereerst was het al inschrijven in de danstent. Geen sporthal, geen café, nee een grote circustent. Het was de afgelopen twee weken kermis geweest in Hoeleden en dan kon de grote tent nog mooi gebruikt worden om de wielrenners in te laten schrijven. Ik mocht starten met nummer 106 en was dus niet bepaald de eerste inschrijver.

Om klokslag drie uur werden wij kermisartiesten losgelaten voor 12 omlopen van 8 kilometer. Het parcours was niet geheel vlak, maar herbergde een paar kleine heuveltjes. Het maakte de koers extra lastig, alhoewel er best goed tegenop te rijden was.

Een paar weken gelden had ik in Zwitserland al eens tussen de eliten en beloften gereden en ook de koers gisteren in Hoeleden was er een van dat niveau. Open voor amateurs, maar bepaald door de eliten. En ik maar harken om het wiel voor me te volgen.

Vanaf het startschot tot de vijfde passage heb ik het moeilijk gehad. Ik ben een 'diesel' die langzaam op gang komt en naarmate de koers vordert, beter wordt. Vanaf kilometer veertig werden mijn benen beter en reed ik lekkerder mee in het peloton.

Eigenlijk is 'lekker' niet het goede woord. De wegen in het Vlaams-Brabantse plaatsje waren zo erbarmelijk dat ik er niet van opkeek als ik weer een band leeg hoorde lopen. Onze zuiderburen leggen in de dorpje nog geen asfalt aan, maar rijden nog steeds over de welbekende betonplaten. Opzich is dat niet zo'n probleem, maar deze wegen hadden zijn beste tijd gehad. Overal zaten gaten en kuilen in de weg en dat leverde hier en daar benarde situaties op. Het wegdek was zo slecht, dat de KNWU een koers op zo'n weg nimmer doorgang zou laten vinden.

Gelukkig gebeurde er geen (of achter me??) ongelukken. Het aantal lekke banden was nog net op twee handen te tellen, maar mijn banden bleven gespaard. Ik kon de koers goed volgen en ging mijn doelstelling, het uitrijden tussen elite en beloften, volbrengen.

Op een tweetal kilometers voor de meet kreeg ik een kwak van mijn voorganger. Kennelijk wilde hij er alles aan doen om een gat in de weg te ontwijken. Hij stuurde vollebak naar rechts en bracht mij in een hachelijke situatie. Ik moest uitwijken en de berm in. Toen ik een paar tellen later weer op de weg verzeilde, zat ik achter het peloton. Het gaatje ging ik niet meer dichtrijden, want mijn benen waren moe. Ik schakelde terug en bolde rustig richting de finish.

Het WK journalisten is al over vier weken in Lierde. Deze koersen rijd ik vooral als voorbereiding om in Lierde goed te zijn. In ieder geval heb ik de eerste van drie kermiskoersen goed doorstaan en begint mijn vorm steeds beter te worden.

vrijdag 20 augustus 2010

Sparren met de wind

Het WK komt dichter en dichter en langzaam begin ik ook de juiste vorm te pakken te krijgen. Om in topvorm aan de start te verschijnen op de 18e september, reed ik woensdag mee in de tijdritcompetitie van Zuid-Holland. 21 kilometer afzien in de polder bij Noordeloos is niet eenvoudig. Maar gelukkig was ik op tijd aanwezig, zodat niets een goede warming up in de weg zou liggen.

Even voor acht uur was het zover. Ik moest mijzel naar de start begeven voor mijn 21 kilometers door de wind. Gelukkig was de kracht van de wind enigszins afgenomen en kon ik onder normale omstandigheden vertrekken. 5,4,3,2,1..... Het laatste woord dat de starter zegt hoor ik al niet meer. Ik ben vertrokken voor mijn race over 21 kilometers.

Al vroeg in de tijdrit heb ik een goed ritme te pakken. De eerste drie kilometers zijn grotendeels wind tegen en zorgen al voor een vroeg krachtverlies. Als ik drieduizend meter na de start naar rechts draai, voel ik dat de wind in mijn rug blaast.

Ik probeer de wind als mijn grootste vriend te omarmen, terwijl ik mijn versnellingsapparaat juist meer pijn wil gaan doen. Ik schakel mijn ketting een tandje naar beneden en ga een versnelling groter rijden. Als ik na een paar honderd meter op mijn teller kijk, zie ik een snelheid van bijna vijftig kilometer per uur, het gaat lekker.

Vijf kilometer wind in de rug, ik voel mezelf een kleine auto. Aan het einde van de straat zie ik een man in een oranje hesje staan, ik moet een ruime u-bocht naar rechts nemen. Mijn vriend slaat zijn armen van mij af en bokst nu weer in mijn gezicht. Nog 3 kilometer tot de eerste passage. De wind beukt tegen mij aan, maar ik beuk terug.

Ik schakel een tandje lichter maar blijf rond de 43km/u rijden. Een paar honderd meter voor mij zie ik een renner rijden. Het is nummer 88 die voor mij gestart is. Het geeft mij de bevestiging dat ik op de goede weg ben. Even verlies ik nummer 88 uit het oog als de weg naar rechts knikt. Al snel zie ik hem weer, evenals de passage bij de finish. Ik moet nog een rondje van 10 kilometer afleggen.

De wind blijft mij kastijden, maar ik geef niet op. Nog voordat ik de wind in de rug krijg, vreet ik mijn voorganger op. Ik draai weer naar rechts en de wind stopt met beuken. Op adem komen kan ik niet, want ik geef gas bij om tijd te winnen. Vermoeid ben ik wel, maar toch gaat mijn snelheid richting de 47 km/u.

Vol overgave snel ik op de finish af. Opnieuw blaast de wind in mijn nadeel, maar in de wetenschap dat de finish niet ver meer is, geef ik alles wat er nog in zit. 28 minuten en 47 seconden heb ik over mijn 21 kilometer en een paar honderd meter gedaan. Negen renners waren sterker en dat onderschrijft maar weer eens dat deze tijdritcompetitie enorm sterk bezet is. Ik ben tevreden en ga hard werken om in topvorm het WK te bereiken.

Klik hier om de uitslag te bekijken

zaterdag 14 augustus 2010

Ik en de grote stijle berg

Zo'n elf dagen geleden vertrok ik naar Zwitserland voor een weekje trainen in de bergen. Met Seelisberg de eerste vijf dagen en Veysonnaz de resterende dagen als uitvalsbasis, moest het met het klimmen wel goed komen. Seelisberg ligt immers op 800 meter hoogte en Veysonnaz nog zo'n 500 meter hoger. Het enige wat tussendoor veranderde was de taal, want in Seelisberg spreekt men Duits, terwijl 200 kilometer verderop in Veysonnaz Frans gesproken wordt.
In tien dagen heb ik duizenden hoogtemeters overwonnen en heb ik de top van de Furkapass, Grimselpass en Grand Saint-Bernard gezien. Ook Thyon 2000 ligt ruim 2000 meter boven de zeespiegel, evenals Le Barrage de Grande Dixence.
Het afdalen van dit soort reuzencols was iets wat mij wel beviel. In de afdaling van de Furkapass en de afdaling van de Barrage de la Grand Dixence heb ik mijn tellen net boven de 100 km per uur zien komen. Dat dalen bevalt me wel!

Tussendoor reed ik een mooie koers in Gansingen. Na een 'vlakke' aanloop van 45 kilometer brak de koers los op de eerste heuvel van 2 kilometer aan 8% stijging. Het was een koers waar veel eliterenners en profs uit zo'n beetje heel de wereld aan meededen. Het niveau lag daarom behoorlijk hoog en toen ik er na het eerste uur nog bijzat, was ik niet ontevreden.

De klim werd opgereden met een snelheid van ruim boven de 30 kilometer per uur. Aan de achterkant stond het hek open en na een kilometer klimmen had ik mijn benen volledig opgeblazen. Ik verloor zat tijd en ondanks een kamikaze-afdaling geraakte ik niet meer terug in het peloton. Ik trakteerde mezelf maar op een straftraining nadat ik uit koers gestapt was.

In totaal maakte ik in tien dagen rond de duizend kilometer. Het klimmen is niet mijn sterkste kant, maar eenmaal een ritme gevonden, weet ik vaak toch de top te bereiken. Ik vermoed dat deze trainingsweek goede stap is in de richting van opnieuw een niveautje hoger. Vanaf deze week weer veel koersen rijden om in vorm te komen voor het naseizoen. Ik heb er zin in.

maandag 2 augustus 2010

Koersen in Zwitserland

Morgen vertrek ik voor een dag of tien naar Zwitserland. Daar ga ik mijn best doen om mijn vorm en conditie te verbeteren. Mijn conditie staat er momenteel best redelijk voor en om dat te testen rijd ik komend weekend de GP Oberes Fricktal in het noorden van Zwitserland.

De overige negen dagen beklim ik de bergen. Eerst in het midden van Zwitserland, later in de Zwitserse alpen. Ik wil in ieder geval een rit maken naar de Grote Sint Bernardpas. Een tocht van een kilometer of 100, waarin ik net na Martigny begin aan de beklimming van de Alpenreus. De Grote Sint Bernard is ruim 2400 meter hoog en was vorig jaar het dak van de Tour de France.

Daarnaast wil ik een nieuw record Sion-Veysonnaz vestigen. Een eerste categorie klim van 15 kilometer aan een procentje of 7 gemiddeld. Als 16-jarige jongen fietste ik deze klim in 1 uur en 1 minuut. Dit jaar moet dat naar de 50 minuten toe.

Als alles goed verloopt ben ik over ruim anderhalve week weer terug met een verbeterde vorm en conditie. Vanaf dan rijd ik ieder weekend een koers in de aanloop naar het NK tijdrijden en het WK journalisten. Ik doe er alles aan om een truitje te behalen dit jaar.