Door een pijnlijke hand zat ik zaterdagmiddag noodgedwongen op de bank in plaats van op de fiets. Om twee uur begon de Ronde van België, waar een tijdrit op het programma stond. Philippe Gilbert was drager van de zwarte leiderstrui en mocht als laatste starten. Hij had pech, een hoosbui verpestte de kansen van Gilbert. Het water kwam met bakken uit de hemel, terwijl de echte 'concurrenten' van Gilbert een volledig rit koers hadden. Gilbert verloor veel tijd en kon de eindzege op zijn buik schrijven.
Zondag startte ik in de GP Vijfhuizen. Een tijdrit over 10 kilometer door het Noord-Hollandse dorp. Het weer was slecht, nee nog erger, dramatisch. Het regende pijpestelen en er stond een behoorlijke wind. Bovendien kwam de temperatuur niet eens voorbij de veertien graden. Het leek wel herfst.
Mijn start was gepland voor 12.15, maar door schermutselingen in het programma werd ik niet eerder dan 12.55 opgeroepen. Gelukkig heb ik nog even warm kunnen draaien op de tacx en hoefde ik geen kou te lijden terwijl het programma uitliep.
De regen verpestte de sfeer tijdens de tijdrit behoorlijk. Ik zag enkel de eerste meters wat paraplu's, maar verder bleef publiek achterwege. De klinkers lagen er behoorlijk nat bij en voorzichtigheid was dan ook geboden. Toch was mijn start niet verkeerd en kon ik behoorlijk ronddraaien.
Al snel haalde ik renners in. We startten om de halve minuut en de renners in mijn startgroep waren van een veel lager kaliber. In totaal ben ik zo'n zeven renners voorbij gereden. Vanwege mijn A-licentie was ik enkel welkom in de niet-licentiehouders groep en reed ik mee buiten mededinging. Voor mij was het dus een nuttige trainingstijdrit.
Ik finishte in 13 minuten en 38 seconden. Veruit de snelste tijd van de dag, maar de vergelijkbare tijden moesten gaan komen van de Amateurs B. Er stonden enkele goede B-renners aan de start, die mij in voorgaande tijdritten al klopten.
Ook het programma van de Amateurs B liep uit. Achteraf bleek het niet ongelukkig te zijn, want het weer klaarde langzaam maar zeker op. Toen de kanshebbers van start gingen was het al anderhalf uur droog en was het wegdek vele malen droger dan toen ik reed. Bovendien was de strakke wind iets gaan liggen en stonden de vlaggen bij de finish niet meer constant strak.
Ik stond te kijken bij de finish en hoorde keer op keer tijden langskomen die boven mijn tijd zaten. Slechts tegen het einde lukte het een drietal renners om onder mijn tijd te rijden. Zij reden in een stuk betere omstandigheden dan ik anderhalf uur eerder. Ik voelde me een beetje de Gilbert van Vijhuizen.
Gezien mijn voorbereiding van de afgelopen week was het een prima tijdrit. Gedurende mijn rit had ik alleen op de klinkerstroken last van mijn handen, een vervelende bijkomstigheid van die valpartij van vorige week. Vandaag heb ik nog een foto laten maken in het ziekenhuis, waaruit bleek dat mijn linkerhand geen scheurtjes heeft. Zaterdag dan maar aan de start verschijnen in de Omloop van de Ijsseldelta.
Altijd op zoek naar een bravourestuk
maandag 31 mei 2010
vrijdag 28 mei 2010
Au, geen Hoekse Waard
Na vier revalidatie dagen is het niet zozeer de rechterhand die problemen oplevert, maar mijn linkerhand. Maandagavond is deze erg op gaan spelen en ik kan er eigenlijk niet op steunen. Woensdag heb ik een uur op de tacx gezeten, dat was niet zo'n succes. Vandaag heb ik anderhalf uur op de weg gereden, maar ook dan merk ik dat ik mijn linkerhand niet volledig kan belasten.
Om een koers te rijden moet je met beide handen volledig kunnen functioneren. Dat is niet het geval en dus heb ik me afgemeld voor de Omloop van de Hoekse Waard. Zondag rijd ik wel een tijdrit in Vijfhuizen. Dan rust ik namelijk op mijn ellebogen en worden de handen iets ontzien. Om nog een beetje ritme te houden zal ik voor volgend weekend wellicht een extra koers inlassen. Wellicht wordt het een mooie Belgische omloop.
Om een koers te rijden moet je met beide handen volledig kunnen functioneren. Dat is niet het geval en dus heb ik me afgemeld voor de Omloop van de Hoekse Waard. Zondag rijd ik wel een tijdrit in Vijfhuizen. Dan rust ik namelijk op mijn ellebogen en worden de handen iets ontzien. Om nog een beetje ritme te houden zal ik voor volgend weekend wellicht een extra koers inlassen. Wellicht wordt het een mooie Belgische omloop.
maandag 24 mei 2010
Spookrijder...BOEM
Tweede pinksterdag is traditioneel Districts Kampioenschapsdag. Gisteren had ik mijn fietsje al in orde gemaakt om vandaag niet te veel aan het hoofd te hebben. In een stralende zomerzon stond ik rond 12.45 klaar voor de start, op de eerste rij nog wel om een goede ronde te rijden.
Zeventig kilometer over een parcours van 4,5 kilometer. Het rondje liep goed, was niet al te lastig en nodigde uit tot hard rijden. Vooral de rechte lijn naar de finish. Dat stuk was heuvelaf en met de wind in de rug. Keihard koersen dus.
Ik zat zo rond de vijftiende positie toen we de finishstraat opdraaide. De snelheid zat er flink in, toen er voor mij iets vreemds gebeurde. Een deelneemster van de vrouwenkoers, die voor ons verreden werd, reed over de weg terug richting de finish. Ze reed als een spookrijder over het parcours.
De eersten uit het peloton konden de spookrijdster nog ontwijken, maar ploegmaat Marco de Jong zag de tegenligger te laat. Hij botste frontaal op de vrouw en sloeg tegen het asfalt. Ik zat niet ver van Marco's wiel en kon hem niet meer ontwijken. Met een snelheid van rond de 50 km/u sloeg ik over de vallende renners heen en voor ik het wist gaf ik het asfalt zelf een kusje.
Uiteindelijk kwam ik best met de schrik vrij. Ik wilde zelfs mijn fiets weer pakken om verder te koersen, maar deze lag in kreukels en koersen zat er niet meer in. Achteraf beter, want vrijwel direct werd mijn hand dik. Ook mijn achillespees begon pijn te doen, waardoor ik toch besloot een check te doen in het ziekenhuis.
Onderzoek wees uit dat mijn achillespees hooguit een klein scheurtje heeft opgelopen, maar niet is afgescheurd. Ook een foto van mijn hand was negatief: geen gebroken hand. De schaafwonden zorgen voor een brandend gevoel, maar leveren verder weinig problemen op.
Deze week de fiets maar weer in orde maken en hopen dat ik niet al te veel last heb. Dan probeer ik deze week al weer wat te trainen om zaterdag weer aan de start te staan in de Omloop van de Hoekse Waard. Mocht dat niet lukken, dan heb ik zondag een tijdrit in Vijfhuizen of zelfs een langere wedstrijdloze periode.
Zeventig kilometer over een parcours van 4,5 kilometer. Het rondje liep goed, was niet al te lastig en nodigde uit tot hard rijden. Vooral de rechte lijn naar de finish. Dat stuk was heuvelaf en met de wind in de rug. Keihard koersen dus.
Ik zat zo rond de vijftiende positie toen we de finishstraat opdraaide. De snelheid zat er flink in, toen er voor mij iets vreemds gebeurde. Een deelneemster van de vrouwenkoers, die voor ons verreden werd, reed over de weg terug richting de finish. Ze reed als een spookrijder over het parcours.
De eersten uit het peloton konden de spookrijdster nog ontwijken, maar ploegmaat Marco de Jong zag de tegenligger te laat. Hij botste frontaal op de vrouw en sloeg tegen het asfalt. Ik zat niet ver van Marco's wiel en kon hem niet meer ontwijken. Met een snelheid van rond de 50 km/u sloeg ik over de vallende renners heen en voor ik het wist gaf ik het asfalt zelf een kusje.
Uiteindelijk kwam ik best met de schrik vrij. Ik wilde zelfs mijn fiets weer pakken om verder te koersen, maar deze lag in kreukels en koersen zat er niet meer in. Achteraf beter, want vrijwel direct werd mijn hand dik. Ook mijn achillespees begon pijn te doen, waardoor ik toch besloot een check te doen in het ziekenhuis.
Onderzoek wees uit dat mijn achillespees hooguit een klein scheurtje heeft opgelopen, maar niet is afgescheurd. Ook een foto van mijn hand was negatief: geen gebroken hand. De schaafwonden zorgen voor een brandend gevoel, maar leveren verder weinig problemen op.
Deze week de fiets maar weer in orde maken en hopen dat ik niet al te veel last heb. Dan probeer ik deze week al weer wat te trainen om zaterdag weer aan de start te staan in de Omloop van de Hoekse Waard. Mocht dat niet lukken, dan heb ik zondag een tijdrit in Vijfhuizen of zelfs een langere wedstrijdloze periode.
woensdag 19 mei 2010
Opnieuw bij de beste tien
Volgens de jury moest ik pas 117 minuten na de eerste start vertrekken. Mijn starttijd zou 21.12 uur zijn. Echter, drie kwartier eerder werd ik al opgeroepen voor de start. Nog niet helemaal warm, maar wel enigszins voorbereid.
Ik vertrok vollebak en had al snel een mooie snelheid te pakken. Voor mij reed een De Mol-renner die er al een rondje op had zitten. Al snel zat ik aan het wiel en vloog ik hem voorbij. Stayeren is dan wel verboden, maar hij pakte direct mijn wiel. Ik bleef stoicijns doorrijden en haspelde mijn rondjes af.
Vlak voor het ingaan van mijn laatste ronde schoot de renner uit mijn wiel mij voorbij. Hij moest finishen en perste alles eruit. Ik heb hem aan een mooie tijd geholpen. Zelf bleef ik geconcentreed maar voelde het zuur in de benen zitten. Na 35 minuten en 43 seconden had ik mijn tijdrit erop zitten. 43 kilometer per uur, een prima gemiddelde voor een tijdrit over ruim 25 kilometer.
zondag 16 mei 2010
Keihard afzien
De Hel van Brabant moest voor mij een mooi toetje worden na het gewonnen DK tijdrijden. Aanvankelijk zou ik niet meerijden in deze tweedaagse koers, maar fietsmaat Johan belde deze week op. Hij kon zelf niet meedoen, maar vroeg of ik zijn plek in wilde nemen. Ik moest dus als gastrenner fungeren bij de Pedaalridders uit Rotterdam.
Zaterdag meldde ik me in het hotel waar we gingen verblijven. Ik kreeg er een keurig blauw tenue uitgerijkt en kleedde me met mijn teamgenoten om. Ik reed met nummer 71. In een ronde ben je met nummer 1 vaak kopman, maar ik had niet zo veel te eisen.
Om 13.00 uur gingen we van start vanaf het stadhuisplein in Eindhoven. Nadat we geneutraliseerd de stad uit reden, kwamen we na vijf kilometers als op de eerste kasseienstrook terecht. Ik zat erg ver van achteren en liet me verrassen. Voor mij brak het en terugkomen was bijna onmogelijk. Er ontstond een waaier met zo'n twintig man die allen in een geslagen positie zaten.
Ik draaide vollebak mee op kop, want het gaatje moest snel dicht. Het duurde ruim 20 kilometer tot we de aansluiting konden gaan maken. Ik zat op de bumper van de laatste volgwagen toen ik vol in de remmen moest. Valpartij. De weg werd versperd door liggende renners en ik moest opnieuw achtervolgen op het peloton.
Opnieuw gas geven achter het peloton is zwaar, maar ik toonde karakter en na nog eens twintig zware kilometers hervond ik de aansluiting met het peloton. Het kostte veel kracht, maar ik was terug op de plek waar ik hoorde. Ik streed weer mee voor de dagzege.
Niet veel later achtervolgde de pech me opnieuw. Na ruim twee uur koersen reed ik met mijn fiets door een kuil heen. De achterrem liep aan aan het achterwiel en ik moest van de fiets. Rem rechtgezet en weer op de fiets geklommen. Ik zat achter volgwagen zes, maar het was smal en het peloton reed hard. Ik moest opnieuw achtervolgen.
Na zo'n acht kilometer was ik terug en reed ik direct weer naar het midden van het peloton. Het beste was eraf, ik had mijn energie kansloos verspeeld. Na 100 kilometer precies was de koek echt op. We draaiden linksaf en mijn benen verkrampten. Ik besloot in eigen tempo naar de finish toe te rijden.
Na een gezellige avond met de ploeg en een heerlijke Italiaanse maaltijd was het vandaag tijd voor de tweede etappe. Na 45 kilometer doemde de eerste kasseienstrook op van zo'n 45 kilometer. Ik zat op dat moment nog soeverein in het peloton. Zonder al te veel moeite overleefde ik de eerste strook met kasseien, maar er werd vooraan flink doorgetrokken.
Zo'n tien kilometer verderop wachtte de langste kasseienstrook van de dag. Pakweg 2,6 kilometer stenen, maar gelukkig een kantje om in te schuilen. Het kantje bracht zat gevaren met zich mee en dat bleek maar weer halverwege de tweede strook. Het peloton veranderde in waaiers en werd flink uit elkaar geslagen. Ik zat in de derde groep die later veranderde in de tweede groep.
Onze waaier werd door de wind opnieuw uit elkaar geslagen. Ik zat op dat moment achterin, omdat ik mijn kopwerk net achter de rug had. Ik kon het gaatje naar de waaier voor mij niet alleen overbruggen en bleef tussen de twee groepjes in hangen. Langzaam viel ik terug in de derde groep.
Ik kwam terecht in een 'mongolenwaaier' zoals dat zo mooi heet in wielertermen. Er zat niet veel goeds meer in mijn benen en ik wist dat de etappe gedaan was voor ons. De Hel van Brabant eindigde als een echte hel. Nu eerst maar een beetje rusten en dan toewerken naar de DK op de weg.
Zaterdag meldde ik me in het hotel waar we gingen verblijven. Ik kreeg er een keurig blauw tenue uitgerijkt en kleedde me met mijn teamgenoten om. Ik reed met nummer 71. In een ronde ben je met nummer 1 vaak kopman, maar ik had niet zo veel te eisen.
Om 13.00 uur gingen we van start vanaf het stadhuisplein in Eindhoven. Nadat we geneutraliseerd de stad uit reden, kwamen we na vijf kilometers als op de eerste kasseienstrook terecht. Ik zat erg ver van achteren en liet me verrassen. Voor mij brak het en terugkomen was bijna onmogelijk. Er ontstond een waaier met zo'n twintig man die allen in een geslagen positie zaten.
Ik draaide vollebak mee op kop, want het gaatje moest snel dicht. Het duurde ruim 20 kilometer tot we de aansluiting konden gaan maken. Ik zat op de bumper van de laatste volgwagen toen ik vol in de remmen moest. Valpartij. De weg werd versperd door liggende renners en ik moest opnieuw achtervolgen op het peloton.
Opnieuw gas geven achter het peloton is zwaar, maar ik toonde karakter en na nog eens twintig zware kilometers hervond ik de aansluiting met het peloton. Het kostte veel kracht, maar ik was terug op de plek waar ik hoorde. Ik streed weer mee voor de dagzege.
Niet veel later achtervolgde de pech me opnieuw. Na ruim twee uur koersen reed ik met mijn fiets door een kuil heen. De achterrem liep aan aan het achterwiel en ik moest van de fiets. Rem rechtgezet en weer op de fiets geklommen. Ik zat achter volgwagen zes, maar het was smal en het peloton reed hard. Ik moest opnieuw achtervolgen.
Na zo'n acht kilometer was ik terug en reed ik direct weer naar het midden van het peloton. Het beste was eraf, ik had mijn energie kansloos verspeeld. Na 100 kilometer precies was de koek echt op. We draaiden linksaf en mijn benen verkrampten. Ik besloot in eigen tempo naar de finish toe te rijden.
Na een gezellige avond met de ploeg en een heerlijke Italiaanse maaltijd was het vandaag tijd voor de tweede etappe. Na 45 kilometer doemde de eerste kasseienstrook op van zo'n 45 kilometer. Ik zat op dat moment nog soeverein in het peloton. Zonder al te veel moeite overleefde ik de eerste strook met kasseien, maar er werd vooraan flink doorgetrokken.
Zo'n tien kilometer verderop wachtte de langste kasseienstrook van de dag. Pakweg 2,6 kilometer stenen, maar gelukkig een kantje om in te schuilen. Het kantje bracht zat gevaren met zich mee en dat bleek maar weer halverwege de tweede strook. Het peloton veranderde in waaiers en werd flink uit elkaar geslagen. Ik zat in de derde groep die later veranderde in de tweede groep.
Onze waaier werd door de wind opnieuw uit elkaar geslagen. Ik zat op dat moment achterin, omdat ik mijn kopwerk net achter de rug had. Ik kon het gaatje naar de waaier voor mij niet alleen overbruggen en bleef tussen de twee groepjes in hangen. Langzaam viel ik terug in de derde groep.
Ik kwam terecht in een 'mongolenwaaier' zoals dat zo mooi heet in wielertermen. Er zat niet veel goeds meer in mijn benen en ik wist dat de etappe gedaan was voor ons. De Hel van Brabant eindigde als een echte hel. Nu eerst maar een beetje rusten en dan toewerken naar de DK op de weg.
donderdag 13 mei 2010
Districtskampioen; missie geslaagd
Met een cirkeltje stond deze dag aangegeven in mijn agenda. Het was de dag van het districtskampioenschap tijdrijden. Voor mij als tijdrijder een uitgelezen kans mezelf te laten zien in een KNWU-tijdrit. Bovendien stond er een NK-plekje op het spel, reden genoeg dus om in een goede conditie aan de start te willen verschijnen.
Nadat ik de afgelopen weken al een steeds betere vorm kreeg, heb ik het deze week iets rustiger aan gedaan. Maandag heb ik een kleine tijdrittraining gedaan, waarbij ik even naar het parcours gereden ben. Ik voelde me niet heel lekker, maar wist precies welke stukken asfalt goed en slecht waren.
Om één minuut over tien moest ik aan de start staan. Ik was vroeg aanwezig in Baambrugge en had tijd genoeg om me goed op te warmen. Nadat ik mijn startnummer, voor het eerst als A-renner, had opgehaald, kroop ik op de Tacx voor een goede warming-up.
Voor de start wisselde ik mijn koerstenue in voor mijn snelpak en reed ik rustig naar de start. Mijn voorgangers stonden al klaar. Ik was gespannen, maar zelfverzekerd. De vorm was prima en mijn fysieke gesteldheid ook.
Toen de starter begon af te tellen drukte ik op het knopje van mijn polar. Mijn hartslag was al boven de 100 slagen op het moment dat ik vertrok. In een lichte versnelling voerde ik mijn snelheid op, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48 kilometer per uur. Ik had de lichte wind in de rug en wilde hier optimaal van profiteren. Met 48 km/u reed ik op het keerpunt, na drie kilometer, af.
Een 180 graden-draai zorgde ervoor dat het tempo even stil lag. Ik trok mezelf weer in gang, maar merkte dat de tegenwind mijn ritme behoorlijk drukte. Mijn snelheid viel terug richting de 41 km/u. Geen nood, iedereen heeft last van tegenwind. Het rechte stuk langs het kanaal was zo'n negen kilometer lang, maar ik had een lekker ritme te pakken.
Ik zag de voor mij gestarte renner al rijden. Het rugnummer 30 kwam steeds dichterbij en werd met de kilometer beter zichtbaar. Aan het einde van het stuk tegen de wind in reed ik nummer 30 voorbij. Yes, ik word geen laatste.
Na opnieuw een draai van 180 graden, schoot ik mezelf weer in gang. De wind zat weer in de rug, maar de benen hadden al het een en ander te verduren gehad. De vijf resterende kilometers wilde ik zo constant mogelijk fietsen. Mijn teller bleef keurig op de 44 km/u en als hij iets zakte schakelde ik een tandje terug om het beenritme weer op te pikken.
Nog geen 25 minuten na mijn start, was ik weer binnen. 24.47 werd mijn eindtijd, een prima tijd. Achteraf bleek dat de door mij ingehaalde renner de nummer twee werd. Ik was dus afgetekend kampioen. Ook als ik mijn tijd vergelijk met tijden uit andere categorieën, sla ik geen modderfiguur. Bij de beloften was ik bijvoorbeeld tweede geweest en bij de elite vijfde. Gelukkig ben ik nu amateur a en mag ik mij een heel jaar de beste amateur a-tijdrijder van midden nederland noemen.
Nadat ik de afgelopen weken al een steeds betere vorm kreeg, heb ik het deze week iets rustiger aan gedaan. Maandag heb ik een kleine tijdrittraining gedaan, waarbij ik even naar het parcours gereden ben. Ik voelde me niet heel lekker, maar wist precies welke stukken asfalt goed en slecht waren.
Om één minuut over tien moest ik aan de start staan. Ik was vroeg aanwezig in Baambrugge en had tijd genoeg om me goed op te warmen. Nadat ik mijn startnummer, voor het eerst als A-renner, had opgehaald, kroop ik op de Tacx voor een goede warming-up.
Voor de start wisselde ik mijn koerstenue in voor mijn snelpak en reed ik rustig naar de start. Mijn voorgangers stonden al klaar. Ik was gespannen, maar zelfverzekerd. De vorm was prima en mijn fysieke gesteldheid ook.
Toen de starter begon af te tellen drukte ik op het knopje van mijn polar. Mijn hartslag was al boven de 100 slagen op het moment dat ik vertrok. In een lichte versnelling voerde ik mijn snelheid op, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48 kilometer per uur. Ik had de lichte wind in de rug en wilde hier optimaal van profiteren. Met 48 km/u reed ik op het keerpunt, na drie kilometer, af.
Een 180 graden-draai zorgde ervoor dat het tempo even stil lag. Ik trok mezelf weer in gang, maar merkte dat de tegenwind mijn ritme behoorlijk drukte. Mijn snelheid viel terug richting de 41 km/u. Geen nood, iedereen heeft last van tegenwind. Het rechte stuk langs het kanaal was zo'n negen kilometer lang, maar ik had een lekker ritme te pakken.
Ik zag de voor mij gestarte renner al rijden. Het rugnummer 30 kwam steeds dichterbij en werd met de kilometer beter zichtbaar. Aan het einde van het stuk tegen de wind in reed ik nummer 30 voorbij. Yes, ik word geen laatste.
Na opnieuw een draai van 180 graden, schoot ik mezelf weer in gang. De wind zat weer in de rug, maar de benen hadden al het een en ander te verduren gehad. De vijf resterende kilometers wilde ik zo constant mogelijk fietsen. Mijn teller bleef keurig op de 44 km/u en als hij iets zakte schakelde ik een tandje terug om het beenritme weer op te pikken.
Nog geen 25 minuten na mijn start, was ik weer binnen. 24.47 werd mijn eindtijd, een prima tijd. Achteraf bleek dat de door mij ingehaalde renner de nummer twee werd. Ik was dus afgetekend kampioen. Ook als ik mijn tijd vergelijk met tijden uit andere categorieën, sla ik geen modderfiguur. Bij de beloften was ik bijvoorbeeld tweede geweest en bij de elite vijfde. Gelukkig ben ik nu amateur a en mag ik mij een heel jaar de beste amateur a-tijdrijder van midden nederland noemen.
vrijdag 7 mei 2010
Girogids
Donderdagochtend stapte ik al vroeg op de fiets voor een trainingstocht met Danny Bekker. Een trainingsmaat van Sloten die ook nog steeds progressie aan het boeken is in het wielrennen. Samen maakten we een toch van ruim drie uur, waarna we weer terugkeerden op ons beginpunt, Abcoude.Nadat we nog een minuut of vijf stonden te babbelen, passeerde de Footon-Servettoploeg. Een Spaanse wielerploeg met de Oostenrijks kampioen en andere behoorlijke renners in de ploeg. In het laatste wiel reed Enrico Gasparotto, prof bij Astana. Hij trainde mee met de Spanjaarden.
Na een aantal kilometers in het wiel te hebben gezeten, boog trainingsmaat Danny af naar huis, waarna ik alleen doorreed met de doorgewinterde profs. In Duivendrecht raakte de goudhemden het spoor bijster en vroegen ze mij als 'local' de weg naar het hotel. Ik zette mezelf op kop van het groepje renners en reed aan de zijde van de Engelssprekende Martin Pedersen uit Denemarken.
Na een paar kilometer arriveerden we bij het Novotel Duivendrecht. 'Many thanks to you, Dutch friend! Take care.' De Spaanse formatie verdween naar het hotel, maar Gasparotto bleef alleen achter. 'Do you know Schiphol? I've to go to Novotel Schiphol', aldus de gebrekkig Engels sprekende Italiaan.
Schiphol is nou niet bepaald in de buurt van Duivendrecht (kilometer of 20 met de fiets). Samen met Gasparotto ging ik op pad voor nog een tripje door Amsterdam. Ondanks de taalbarriere wist Gasparotto zich prima verstaanbaar te maken en na een drie kwartier fietsen bereikte we het hotel bij het vliegveld.
Ik gaf Gasparotto nog wat informatie mee over de etappe van maandag, die ongetwijfeld eindigt in waaiers. Gasparotto: 'Take my bottle and my food, you deserved it'. Ik kreeg een nagenoeg volle Astana-bidon mee naar huis en een paar reepjes en gelletjes. Lekker, ik had er ruim 140 kilometer opzitten en kon met eten en drinken naar huis fietsen.
woensdag 5 mei 2010
Alleen aan de streep
90 D1 staat er in een groen balkje als ik op mijn trainingsschema kijk. Simpel, negentig minuten in mijn harstlagzone D1. Niet lang, niet hard, niet zwaar. Ik ben dan ook drie dagen 'rust' aan het houden. Nou, vanavond niet. Ik heb gezondigd.
Na twee dagen relatieve rust kriebelde het vanmiddag zo in mij, dat ik besloot te gaan koersen op Sloten. Een lekker trainingskoersje van ruim anderhalf uur, waarin ik de benen lekker 'los kan laten'. Sinds dit jaar mogen er alleen nog amateurs deelnemen aan de woensdagavond wedstrijden en dus is de kans op groepvorming minder.
Vanaf het begin zat ik al mee in diverse groepjes. Mijn benen voelden sterk en dus reageerde ik op bijna iedere uitval. Moe werd ik niet, maar ik had door dat er geen groepje weg ging rijden vanavond. Af en toe zakte ik dus maar wat af voor een babbeltje met medefietsers.
Toen de overige categorieën afgesprint waren en er nog zo'n drie ronden te rijden waren, schoof ik op naar voren. Een rondje later zette ik aan en versnelde ik. Ik probeerde het peloton achter me te laten. Het lukte enigszins, want binnen een paar honderd meter had ik al een voorsprong van zo'n tien seconde te pakken.
Het peloton kwam amper dichterbij en ik ging in de Cancellara-houding liggen. Onderarmen op het stuur en zo hard mogelijk blijven rijden. Overal waar de wind niet op de kop stond, moest het tempo naar de 45 km/u. Tegen de wind in viel dat iets terug, maar het was voldoende om het peloton achter me te houden.
Ik hoorde de bel en moest nog 2,5 kilometer doordraaien. Mijn voorsprong groeide en ik begon er zelf in te geloven. Eenmaal aanbeland bij het viaduct, wist ik dat ze het peloton te laat ging komen. Het tempo mocht er iets uit en een armpje mocht de lucht in, een solofinish..... Mooi!
En hier staat de uitslag!
Na twee dagen relatieve rust kriebelde het vanmiddag zo in mij, dat ik besloot te gaan koersen op Sloten. Een lekker trainingskoersje van ruim anderhalf uur, waarin ik de benen lekker 'los kan laten'. Sinds dit jaar mogen er alleen nog amateurs deelnemen aan de woensdagavond wedstrijden en dus is de kans op groepvorming minder.
Vanaf het begin zat ik al mee in diverse groepjes. Mijn benen voelden sterk en dus reageerde ik op bijna iedere uitval. Moe werd ik niet, maar ik had door dat er geen groepje weg ging rijden vanavond. Af en toe zakte ik dus maar wat af voor een babbeltje met medefietsers.
Toen de overige categorieën afgesprint waren en er nog zo'n drie ronden te rijden waren, schoof ik op naar voren. Een rondje later zette ik aan en versnelde ik. Ik probeerde het peloton achter me te laten. Het lukte enigszins, want binnen een paar honderd meter had ik al een voorsprong van zo'n tien seconde te pakken.
Het peloton kwam amper dichterbij en ik ging in de Cancellara-houding liggen. Onderarmen op het stuur en zo hard mogelijk blijven rijden. Overal waar de wind niet op de kop stond, moest het tempo naar de 45 km/u. Tegen de wind in viel dat iets terug, maar het was voldoende om het peloton achter me te houden.
Ik hoorde de bel en moest nog 2,5 kilometer doordraaien. Mijn voorsprong groeide en ik begon er zelf in te geloven. Eenmaal aanbeland bij het viaduct, wist ik dat ze het peloton te laat ging komen. Het tempo mocht er iets uit en een armpje mocht de lucht in, een solofinish..... Mooi!
En hier staat de uitslag!
zondag 2 mei 2010
Finalerijden
Desolaat, troosteloos, bedroevend. Deze woorden kwamen in mij op toen ik zondagochtend uit mijn raampje keek. De regen kwam met bakken uit de hemel zetten en de vooruitzichten waren evenmin positief. Ik moest nog wel een klassieker rijden in Brabant, de provincie waar volgens Guus Meeuwis altijd een lichtje brandt.Met ruim 200 man stonden we aan het vertrek in het dorpje Liessel. Zowaar, het was even droog. Bij het lossen van het startschot kwamen de eerste druppels alweer naar beneden zeilen. Pang, we waren weg voor een geneutraliseerde start van zo'n twee kilometer. Mijn voorwiel was circa vijf centimeter verwijderd van de voorrijwagen, ik starte helemaal vooraan.
Bij de eerste rotonde ging het al gelijk mis. We waren nog geen kilometer onderweg toen een paar jongens al een eerste schuiver maakte. De weg was glad en ze reden te hard over de rotonde. Niet veel later een tweede valpartij, en dat allemaal binnen de eerste drie kilometer. De organisatie besloot de koers opnieuw te neutraliseren. Bovendien waren de spoorbomen gesloten en moesten we even wachten.
Toen we goed en wel vetrokken waren heb ik een plekje middenin het peloton opgezocht. Ik reed lekker mee tussen de wielen en hapte veel zand van mijn voorgangers achterwiel. De koers was niet spannend, maar vanwege de regen was het goed opletten geblazen.
Na een kilometer of 70 koers, schoof ik op naar voren. Ik ging op de eerste rij rijden en hield alles prima in de gaten. Mijn benen voelden lekker en ik wilde per se voorin rijden in de finale. We kwamen steeds dichter bij Liessel, waar nog drie plaatselijke ronden van 10 kilometer gereden moesten worden.
Na 90 kilometer volgde ik een renner van RTC Groenewoud, die in de aanval trok. We waren los met een groepje van vijf renners en kregen een voorsprong van maximaal vijftien seconden. Bij de eerste doorkomst in Liessel, na zo'n 100 kilometer, passeerde ik als vijfde de streep, met een voorsprong van tien seconde op het peloton.
In de eerste ronde werden we teruggegrepen. Talloze aanvalletjes volgden. Een keer of drie zat ik mee, maar telkens werd de aanval teniet gedaan. In de tweede omloop, ging er een groepje vandoor. Ik twijfelde, maar hield mn benen stil. Dom, het was de beslissende demarrage.
Ik probeerde nog wel weg te springen uit het peloton, maar in het wielrennen werkt het dan niet meer. Zo'n peloton reageert dan op alle uitvallen, maar weigert een serieuze achtervolging in te zetten. De koplopers mochten gaan rijden voor de zege. Voor ons restte nog ereplekken.
Ik had mezelf voorgenomen in de laatste ronde nog te demarreren. Bij het bord 'Liessel' op zo'n twee kilometer voor de meet. Met een flinke jump reed ik weg, maar direct kreeg ik tien man op mijn wiel. Voor mij was er geen eer meer te behalen. Rustig liet ik me uitzakken in het peloton en kwam ik ergens middenin over de finish. Ik heb tot diep in de finale meegedaan en had vandaag goede benen. Het stemt me hoopvol voor de toekomst, wanneer het DK tijdrijden gereden wordt en nog een aantal grote amateur A-wedstrijden.
Abonneren op:
Posts (Atom)