De sluitingsrit is gereden, het wegseizoen zit erop. Voor velen een reden om een winterslaap te starten. Ik niet, ik wil beter worden. Daar is één ding voor nodig: training. Hoewel ik gewoon verder moet gaan waar ik gebleven ben is het ook goed om even terug te kijken op dit mooie wegseizoen.
Een seizoen zonder grote overwinningen, maar met mooie ervaringen én veel tijdritten. Ik ben een stuk wijzer geworden dan ik was. Ik weet inmiddels waar ik sta, zowel in de tijdrit als in de wegrace zijn zat dingen te verbeteren. Komend seizoen ga ik aan de gebreken werken.
Eind januari stapte ik al op de fiets om ritten te rijden op het parcours van De Mol in Dordrecht. Ik won er niet, maar reed wel goed mee. Het zorgde ervoor dat ik een goede Midden Nederland Competitie reed. Met een uiteindelijke top-15 klassering in het klassement. Vier maal reed ik top-10 in een MNC-wedstrijd.
In het voorjaar werden de eerste tijdritten verreden. Begin April reisde ik af naar Friesland om mee te doen aan de proloog van WV Sneek in Warns. Een tijdrit over 7 kilometer. Mijn debuut op mijn Orbea Ordu werd opgeluisterd met een bronzen medaille. Ik wist dat ik een heel aardig stukje kon tijdrijden.
Na Warns volgde nog de tijdritcompetitie van Swift-Leiden. Ook daar liet ik mij goed van voren zien. De proloog scoorde ik goed, ik won de proloog in de amateurcategorie. In de stand overall liet ik zelfs eliterenners achter me. Ook de 15 km bij Swift gingen me goed af. Ik was klaar voor het districtkampioenschap.
Op het DK wilde ik voor een verrassing zorgen. Negentien lange kilometers langs het Amsterdam Rijnkanaal. Ik eindigde als tweede. Mijn naam tussen de amateurs was definitief gevestigd.
Het DK op de weg moest ik helaas aan me voorbij laten gaan. Eind mei ging ik onderuit in de Ronde van Uithoorn. Hier liep ik enkele wonden op, waardoor starten op het DK op de weg aan mij voorbij ging.
Ik pakte de draad weer op na mijn vakantie. In juli reed ik wat wedstrijden en ik kwam weer langzaam in vorm. Het doel voor de tweede seizoenshelft was het WK voor Journalisten, half september in Kranj, Slovenië. Vooral op de tijdrit wilde ik mij goed laten zien.
Om mij goed voor te bereiden op het WK was een rits koersen nodig. Vooral klassiekers of omlopen wilde ik rijden in mijn aanloop. Ik reisde een aantal keer af naar onze zuiderburen om mee te rijden in klassiekers. Ik startte in Koekelare en in Arendonk. Beide keren draaide ik lekker mee. Ik voelde me goed in de voorbereiding op Kranj.
De twee weken voor het WK wilde ik mezelf nog testen op mijn tijdrit. Ik reed een prima tijd in Driemond, bij WTC de Amstel. Het NK voor vrije renners op Texel was zwaar. 30 kilometer met straffe wind en het WK voor de boeg. Ik reed niet voluit, maar handhaafde toch een snelheid van 40 km/u.
Het wereldkampioenschap in Slovenië werd toch het hoogtepunt van het jaar. De tijdrit over vijftien kilometer was ideaal voor mij. Helaas ook voor mijn concurrent Frederik Backelandt. Hij werd eerste, maar ik eindigde op een mooie tweede plek en mocht een zilveren medaille ophalen. In de wegrit was ik minder kansrijk, maar eindigde ik toch nog als zesde.
De tweelandenklassieker was mijn laatste koers van het jaar. Honderd kilometer ging ik mee in hoog tempo, daarna was de koek op. Ik verlangde naar een paar weken rust. Vorige week heb ik nog meegedaan aan de sluitingsrit op Sloten. Jeroen en ik reden samen de koppeltijdrit. Hoewel ik zo'n 90% van het werk klaarde, was Jeroens inbreng toch belangrijk. We reden een gemiddelde snelheid van 45 kilometer per uur.
Deze winter bestaat vooral uit veel trainen. Komende winter wil ik een trainer in de arm nemen om mijn trainingstijd beter te benutten. Die minuut die ik dit seizoen tekort kwam in die tijdritten wil ik goedmaken. Ik ga er een mooi baanseizoen van maken.